De onderstaande tekst is een Nederlandse vertaling van de stadsbeschrijving van Dordrecht (en omstreken) zoals die door de Sovjets op de plattegrond werd afgedrukt.

Onderaan de pagina vind u onze opmerkingen.

 



SPRAVKA (= INFORMATIE)

ALGEMENE GEGEVENS

Dordrecht ligt in het zuidwesten van Nederland in de provincie Zuid-Holland. De stad is een belangrijk industrieel centrum en binnenvaarthaven voor de rivieren die vanuit België en Duitsland naar Rotterdam lopen.

Dordrecht is ook een knooppunt van auto- en spoorwegen. Dordrecht ligt in de Rijndelta, 45 km ten oosten van de Noordzee en 15 km ten zuidoosten van Rotterdam.

De stad heeft 102.000 inwoners (1972). Samen met haar voorsteden telt de stad 170.000 inwoners. De oppervlakte bedraagt ca. 70 vierkante kilometers.

DE OMGEVING VAN DE STAD

Is typisch voor het laagland bij de kust en ligt grotendeels 0,3 tot 2 meter onder de zeespiegel. Het landschap is vlak en wordt doorsneden door zijrivieren en rivierarmen van de Rijn en door kanalen en een dicht netwerk van poldervaarten. De oevers zijn gewoonlijk versterkt met dijken met een hoogte tot 5 meter. Dit landschap maakt, buiten de wegen, bijna elke vorm van transport onmogelijk.

De bodem bestaat uit vochtige klei. Als zee- en rivierdijken over een breed front verwoest worden, kan bij hoge waterstanden het laagland volledig onderlopen met zee- en rivierwater.

De zijrivieren en rivierarmen van de Rijn, de Oude Maas, de Beneden Merwede en de Noord, vormen belangrijke waterbarrières in en rond de stad. De rivieren zijn bevaarbaar. Op de Oude Maas kunnen schepen varen met een draagvermogen tot ca. 4.000 ton. De breedte van de rivieren is 200 à 350 meter, de diepte gaat tot 3,5 meter (in de vaargeul van de Oude Maas tot 9 meter).

De bodem is zilt en zanderig, de oevers zijn laag en zacht en op veel plekken versterkt met stenen. De grootste waterbarrières bevinden zich 4,5 tot 7 km verderop bij de zuidelijke toegangen tot de stad, zoals de rivierarmen van het Zeegat van Brouwershaven [zie: 1] (1,5 tot 4,5 km breed, 3 tot 11 meter diep) en de Nieuwe Merwede (520 tot 625 meter breed, ongeveer 3 meter diep).

Deze grote rivieren zijn verbonden door de kanalen de Dordtse Kil en de Krabbe (140 tot 270 meter breed), bevaarbaar voor schepen tot 600 ton, en door het Wantij-kanaal (50 tot 105 meter breed). Over de rivieren en kanalen zijn bruggen gebouwd voor autoverkeer en spoorwegen (o.a. de objecten 33 en 34), en er zijn veerponten. De afvoerkanalen zijn 5 tot 12 meter breed en gaan tot 2,5 meter diep. Rivieren en kanalen bevriezen alleen in koude winters voor enkele weken (in januari en februari).

De dikte van het ijs gaat tot 30 cm. De rivieren zijn het hele jaar door diep, hun niveau ondergaat de invloed van de zeestromen (het gemiddelde getijdenverschil is 2,1 meter [zie: 2]). De bossen in de omgeving van de stad bestaan uit loofbomen en naaldbomen: beuk, eik, den en pijnboom. Zij zijn meestal geplant in bosjes of ze staan op rij.

De hoogte van de bomen bedraagt 15 tot 30 meter, de dikte van de stammen gaat van 0,2 tot 0,4 meter. Bijna al het land wordt agrarisch gebruikt voor voeder- en tuin-gewassen en er zijn fruittuinen en veel kassen. Een dicht netwerk van snelwegen rond Dordrecht zorgt voor het verkeer in alle richtingen het hele jaar door.

De ruggengraat van het wegennet is de autosnelweg Rotterdam-Dordrecht-Breda (deel van de Europese E10). Die snelweg kent 2 rijbanen van cementbeton, beide 6 meter breed met een middenberm van 4 meter. De betere snelwegen zijn van asfalt en beton met rijbanen van 7 tot 9 meter, de hele rijweg kan 24 meter breed worden. De overige snelwegen zijn met steenslag, grind of klinkers bestraat. De breedte van hun rijbaan bedraagt 6 tot 9 meter, de hele rijweg beslaat 8 tot 12 meter. De betere onverharde wegen zijn verstevigd met een bed van sintels of grind. Meestal liggen autowegen op dijken en kades. Kruispunten zijn gewoonlijk voorzien van afritten.

De verkeersbruggen zijn van metaal en gewapend beton. Bruggen over bevaarbare rivieren en kanalen zijn beweegbaar. Het draagvermogen van bruggen op autowegen en betere snelwegen gaat tot 60 ton, op andere wegen van 20 tot 40 ton.

Het belangrijkste type landelijke nederzettingen in de buurt van de stad zijn gehuchten en boerderijen. De gehuchten zijn schaars en niet groot: 100 tot 500 inwoners. Hun huizen zijn gewoonlijk van steen en kennen één of twee verdiepingen. Vanuit de lucht is Dordrecht makkelijk te herkennen door zijn grootte, zijn ligging in de Rijndelta en door de spoorwegen die vanuit de stad vertrekken.

HET STADSGEBIED

Dordrecht met zijn voorsteden is gelegen aan de oevers van de rivieren de Oude Maas, de Beneden Merwede en de Noord. Het grootste deel van Dordrecht ligt op de linkeroever van de Oude Maas. Tussen het station (object 54) en de rivier bevindt zich het historische hart van de stad, dat haar middeleeuwse uiterlijk heeft behouden. Hier is ook het bestuurlijke en zakelijke centrum.

De vorm van het centrum benadert een radiale cirkel. De straten zijn in de regel geplaveid en, met uitzondering van de hoofdwegen, kort en smal. Op diverse plaatsen staan straten vol met massieve oude stenen huizen van 2 tot 3 verdiepingen met dikke stenen muren en kelders en met pannen gedekte puntdaken. Tussen de oude gebouwen zijn architectonische monumenten van de 14de tot de 18de eeuw bewaard gebleven.

In de binnenstad staan ook moderne gebouwen van gewapend beton van 4 tot 6 verdiepingen. In het centrum zijn de bestuurlijke en openbare instellingen geconcentreerd: het stadhuis (object 44), het stadskantoor (object 59), de belastingdienst (objecten 60, 61), het hoofdbureau van politie (object 63), de rechtbank (object 56), het arbeidsbureau (object 2), de bank (object 1 [zie: 3]), het postkantoor (object 43), en de kantoren van handel en industrie, van verzekerings- en investeringsmaatschappijen.

De wijken buiten het centrum van Dordrecht kennen een min of meer rechthoekig stratenpatroon in uiteenlopende oriëntaties.

De straten zijn hier lang, geasfalteerd (hoofdwegen van 20 tot 30 meter breed, secundaire wegen 10 tot 15 meter. Ze zijn dichtbebouwd met vooral stenen huizen van 3 tot 5 verdiepingen. Er zijn hele woonblokken met standaardhuizen van meerdere verdiepingen. Aan de randen van de stad staan verspreid stenen huizen van 2 verdiepingen.

Bedrijven staan geconcentreerd langs oevers van rivieren en in het gebied van de haven. De stad is goed aangelegd: er zijn veel parken en pleinen, en beplanting in de wijken en langs de straten.

Een aantal instellingen voor hoger onderwijs is gevestigd in Dordrecht (inbegrepen object 31), een technisch bureau (object 3) en de Meetkundige Dienst (object 37). In het centrale deel van de stad (aan de oever van de Oude Maas) bevinden zich kazernes (object 32).

INDUSTRIE EN VERKEER

De belangrijkste industrieën van Dordrecht en haar voorsteden zijn werktuigbouw (met name scheepsbouw, vliegtuigbouw, elektrotechniek) en metaalbewerking. Hier staan grote werven (objecten 4, 16), waar schepen worden gebouwd met een laadvermogen van maximaal 14.000 ton, ook wordt er scheepsapparatuur geproduceerd.

De vliegtuigfabrieken (objecten 8, 9), eigendom van de firma Fokker, produceren lichte en snelle vliegtuigen die kunnen worden gebruikt voor militaire doeleinden. In de voorstad Papendrecht staat een Nederlandse helikopterfabriek. Elektrotechnische fabrieken (objecten 28, 29) produceren elektromotoren en elektrische apparaten. Er zijn fabrieken voor machinebouw (objecten 15, 16, 17, 30) die ketels maken, verschillende apparaten en gastoestellen.

Metaalfabrieken produceren constructies voor bruggen (object 18) en huishoudelijke artikelen. De chemische industrie is goed ontwikkeld. Fabrieken produceren plastics, synthetische vezels, medicijnen en stikstof kunstmest. Er zijn fabrieken voor bouwmaterialen (glas - object 19, beton - object 101 en silicaat), houtzagerijen (objecten 13, 14) en voor houtbewerking (object 12). Er is een ontwikkelde voedingsmiddelenindustrie.

De belangrijkste militaire industriële objecten zijn de vliegtuigfabrieken (objecten 8, 9), de scheepswerven (objecten 5, 30), het metaalconstructiewerk (in object 5), de machinefabrieken (objecten 15, 16, 17), de elektrotechnische bedrijven (objecten 28, 29), de chemiewerken (objecten 26, 27) en de betonfabriek (object 10).

Dordrecht bevindt zich op een knooppunt van drie spoorlijnen, waarvan er twee geëlektrificeerd zijn. Het spoorwegknooppunt kent twee stations (objecten 53, 54). Het grootste (object 54) - voor reizigers en voor rangeren - heeft een ontwikkeld spoorbedrijf, talrijke magazijnen en een stenen stationsgebouw.

De Haven van Dordrecht ligt aan de Oude Maas en de Beneden Merwede. Haar jaarlijkse vrachtomzet bedraagt circa 1 miljoen ton. Zij is toegankelijk voor schepen met een diepgang tot 7 meter en bij springtij met een diepgang tot 9 meter. De Haven van Dordrecht omvat havens en ligplaatsen (objecten 60, 51 [zie: 4]) aan rivieroevers (de diepte in havens en ligplaatsen gaat van 1,1 tot 4,6 meter), bovendien diep water (7 tot 9 meter) in de Wilhelminahaven (object 49) en de Julianahaven (object 48) aan het Mallegat.

De totale lengte van de ligplaatsen bedraagt 8,2 meter [zie: 5], de diepte van de ligplaatsen 2 tot 8,1 meter. De belangrijkste ligplaatsen zijn verbonden met de spoorwegen. Het laden en lossen is gemechaniseerd. Er staan 8 kranen op de oevers (hefvermogen 1 tot 5 ton), 4 drijvende kranen (van 8 tot 10 ton) en 2 transportbanden (elk 10 ton).

In het havengebied staan overdekte opslagruimten met een oppervlakte van 260 duizend vierkante meter en tanks voor vloeibare brandstoffen (150 duizend kubieke meter). Hier bevinden zich de werven en werkplaatsen voor scheepsreparatie en 4 scheepshellingen.

GEMEENTELIJKE NUTSBEDRIJVEN, COMMUNICATIEMIDDELEN EN MEDISCHE INSTELLINGEN

Dordrecht krijgt haar elektriciteit van het gezamenlijke energienet van Nederland waarop de lokale elektriciteitscentrales zijn aangesloten, zoals de TES [zie: 6] Merwedehaven (object 65) met een capaciteit van 530 duizend kilowatt.

Er is een centrale voor stadsverwarming (object 58 [zie: 7]). Een gasfabriek (object 11) voorziet de stad van gas. Er is waterleiding en riolering. De bron van de watervoorziening is grondwater en rivierwater. Het water wordt geleverd aan het distributienetwerk via het centrale waterstation (object 52 [zie: 8]).


Het stadsvervoer gaat met bussen. De stad is voorzien van alle moderne communicatietechnieken. Dordrecht kent verschillende ziekenhuizen (zij liggen in J-8, I-11, O-7), een gespecialiseerde kliniek (object 6 [zie: 9]) alsook een aantal andere gezondheidsinstellingen.


Opmerkingen van de werkgroep:

^[1] Daar zal wel het Hollands Diep mee bedoeld zijn
^[2] Deze informatie stamt duidelijk van voor de afsluiting van het Haringvliet in 1970
^[3] Opmerkelijk dat één van de banken in de stad (Otto de Kat en Zn.) wordt aangeduid als DE bank
^[4] Opmerkelijk genoeg staat het cijfer niet op de kaart! Waarschijnlijk is de Kalkhaven bedoeld.
^[5] Hier zal wel kilometer zijn bedoeld?
^[6] Waarschijnlijk de Russische afkorting voor 'thermische elektriciteitscentrale'
^[7] Nu het Energiehuis
^[8] Nu Villa Augustus
^[9] Zien de Sovjets deze voormalige kazerne voor een militair hospitaal aan?


Afdrukken