Project Koloniaal Verleden: een onderzoek naar het koloniaal- en slavernijverleden van Dordrecht

12 609-609v

  • Onderwerp: Piet Heijn, schipper
  • Notaris: Pauwels Eelbo
  • Periode: 1620

Akte bekijken | Transcriptie bekijken

Volledig scherm


Inhoud

Opmerkelijk is dat in deze akte een chirurgijn optreedt, die in 1618 gediend heeft op een schip van generaal Piet Heijn, die tien jaar later (in 1628) de door de generaties heen de bejubelde 'Zilvervloot' van de Spanjaarden heeft gekaapt. Inhoudelijk heeft de akte geen betrekking op het koloniaal verleden van Dordrecht, de West-Indische Compagnie waar Piet Heijn later in dienst trad bestond immers nog niet. Toch is deze transcriptie als voorgeschiedenis van deze - hier al generaal genoemde - schipper van belang.

Ingezonden door Dillon Heuser 22-6-2022.

Op huijden den xxiien dach Julius, des Jaers xvic twintich Compareerde voor mij Pauwels Eelbo, openbaer notaris in dordrecht ende meester Jan Theunisz Zaen, chirurgijn, woonende tot Amsterdam, op den Damsluijs, oudt ontrent xliiie jaren den welcken ten versoecke ende instantie van Frans Egbertsz Backer, borger binnen deser stede dordrecht, requestrant heeft getuijcht, verclaert ende geaffirmeert mits dese warachtich hem kennelijck ende noch wel indachtich te zijne, dat inde maent van Aprillis, den jaere xvic achtien, hij deposant, als chirurgijn gedient heeft gehadt op het schip van Pr Pietersz Heijn, schipper van Rotterdam, den schepe genaempt Speeramonde, Neptunus ofte Godt vande Zee inde Golffve van Venetien 't was doen ter tijt het voorschreven schip leggende opde reede van kaep de Goor, ongeveerlijck acht mijl van venetien in Italien, ten welcken tijde opden voorschreven schepe mede dienende was, eenen Egbert Fransz. van Dordrecht, zone vande voorschreven requestrant als bootsgesel.

Verclarende wijders hem deposant oick noch wel indachtich te wesen, dat opden xxe dach der voorschreven maent Aprillis den jaers 1618: hij deposant als doen in persoone aen landt is geweest met den voornoemde Egbert Fransz. beneffens noch ander bootsvolck vande voorschreven schepen ende ten selven tijde gesien te hebben, dat op de voorschreven kaep de Goor aen landt mede gecomen is Crijstoffelsz. hoochbootsman vande selven schepe, zijnde seer beschoncken ende siende aldaer den voornoemde Egbert Fransen,  heeft hij Crijstoffelsz. den selven Egbert gevadt bijde mouwe ende gesegt nu heb ick u hier (denoterende den voorschreven Egbert Fransz:) ghij sult nu met mij stooten, ofte ick sal u door stecken als een hondt, douwende alsoo den voorschreven Egbert voor wt omme hem achter een huijs te hebben seggende nu moet ick sien wat ghij voor een man bent alle in welcke den voorschreven Egbert niet iegenstaende hijermede bij drancke was, seer ernstelijck refuserde, ende t'selve geensins begeerende te doen, badt met zijne handen t'samen seggende ende [?] hoochbootsman laet mij doch gaen, want ick en gewelt op u niet, ick en begeer niet te vegten ende wilde oock van hem naer de sloepe loopen, ter welcke de voorschreven Crijstoffelsen iegens de voorschreven Egbert hier ghij wel jongen ick haddet wel gedocht dat ghij mij weijndrich wesen sou ende voor geen man soude [?] staen ghij moetter even veel aen seggende andermael ofte ick sal u doorstooten als een hondt, waer over [?] Crijstoffelsz ende Egbert Fransz, met malcanderen achter secker huijs hantdadich zijn gewerden, ende den voorschreven deposant met noch eenige van zijn schepevolck sittende in het voorschreven huijs [alweer?] [?] achter tegen malcanderen doende waren sijn deur het geroep van eenige Italiaenen, toegecomen loopen, ende hebben d'voorschreven persoonen vande anderen gescheijden, maer bevonden dat den voorschreven Crijstoffelsz. was gequest inden buijck, seggende noch dat hij deposant opden xxiien April voorschreven present is geweest, aenden voorschreven Crijstoffelsz. vande questie te bedde was leggende, ende gehoort te hebben, dat hij Crijstoffelsz. de voornoemde Egbert Fransz. alle t'gepasseerde [hertgrondelijck?] was ende gevende [?] voorts, dat den voorschreven Egbert hem altijt opden voorschreven sgepe stil ende [?]
gedragen, [?] en [?] jonckman schuldich was te [?], sluijten ende presenterende [?] Thomas Damasz. schipper ende Cleijs Cornelisz. schuijtvoerder als getuijgen versocht, Kleijs Cornelijssen, Tomas Damas [?] ende Jan Theunisz. P. Eelbo notaris pub. person. [?]

Wilt u een aanvulling of correctie doorgeven? Mail ons.

Colofon

Deze website is een project van het historisch Documentatie- en Kenniscentrum Augustijnenhof. Bezoekadres: Hof 15, Dordrecht.